Dansen en sjansen

Ooit. Dansten, sjansten en dronken we wat af. Eens in de paar maanden maakten we gedrieën een stad ergens in Nederland onveilig. We trokken dat nieuwe niemendalletje en onze hoogste hakken aan. We keken en werden gezien.

Hoe de avond zou verlopen wist niemand. Naar huis met het telefoonnummer van een naamloze man? Zoenen met een wildvreemde? Een leeg matras in de kamer waar we gedrieën zouden slapen? Het kon allemaal.

Om twee uur waren we nog lang niet moe. En na een handvol wijntjes kon er nog makkelijk eentje bij. Pas tegen vieren begonnen we onze voeten te voelen die de hele avond gedanst hadden en strompelden we naar huis.

Nu. Eten, praten en luisteren we. Eens per jaar spreken we gedrieën af ergens in een stad in Nederland. We hebben ons niet speciaal omgekleed na het werk. Dit zit prima en we hadden weinig tijd omdat de kinderen nog bij de oppas afgezet moesten worden.

We hebben het over stress op het werk, flesjes om half zes in de morgen en de must om te sporten om een beetje in shape te blijven.

Hoe de avond verloopt weten we alle drie. Niet meer dan één wijntje, want we moeten nog rijden. Niet te laat maken, want het is weer vroeg dag morgen. Ons eigen bed lonkt.

Om twaalf uur zijn we best moe. Moeder zijn, werken, een sociaal leven onderhouden. Het hakt er behoorlijk in.

Ooit. Beloofden we elkaar dat we jong zouden blijven en niet gezapig te worden. Wij zouden, desnoods met lekkende borstvoedingsborsten, gewoon tot vier uur ’s nachts de dansvloer onveilig maken. Het liep anders.

Maar, we gaan ons leven beteren. Een afspraak inclusief hotelovernachting staat. Eerder dan vier uur mogen we niet naar huis. Het zal pittig worden, maar we gaan elkaar er doorheen slepen.

De stad waar dit alles gaat gebeuren, houden we beter geheim. Maar zie je drie vrouwen in een iets te jeugdige outfit tegen twaalven gapen? Maak geen flauwe opmerking. Ruk ons van die barkruk voor een dansje, gooi er nog wat wijn in en geef je telefoonnummer.

Echt, we zullen je niet bellen.

Lesje netwerken

Op een druilerige dinsdag stapte ik voor dag en dauw in de auto op weg naar Hilversum. Missie van de reis: een cursus ‘netwerken’. Voornaamste reden: het woord netwerken bezorgt mij een wat nare bijsmaak.

Ik ga graag recht op mijn doel af. Zonder verplicht gezellig te doen, schouderklopjes uit te delen en leuk te glimlachen. En dat is nou juist de walm die voor mij over netwerken heen hangt. Of dat terecht is, zou ik vandaag ontdekken.

Ik leerde dat negen op de tien mensen zich ongemakkelijk voelt op een georganiseerde borrel, dé plek waar genetwerkt zou moeten worden. Een opluchting. Ik was dus niet de enige die daar wat onhandig met een glaasje niet te zuipen bubbels in de hand stond.

Ook leerde ik de lat niet te hoog te leggen. Ik hoefde niet met vijf visitekaartjes en drie afspraken de borrel te verlaten. Soms was je gezicht laten zien genoeg.

Trouwens, visitekaartjes zijn zo 2014 weet ik nu. “Ik voeg je toe op LinkedIn”, dat is 2015. Dus volgzaam als ik ben, maakte ik die dag direct een profiel aan. Want, netwerken doe je tegenwoordig voor een groot deel online.

Wat ik bijna vergeet te vertellen… ik was vijftig minuten te laat bij de cursus. En nee, ik was niet te laat van huis vertrokken. En ja, ik had rekening gehouden met files. Frappant genoeg was ik echter nogal aan het netwerken geslagen onderweg.

Het initiatief kwam van mij, ik ging op hem af. Heel direct, zonder reserves. Het eerste contact was heftig. Ik had het niet eerder zo meegemaakt. Voor ik het wist, praatten we honderduit en wisselden gegevens uit. Wat bijzonder was, we voelden hetzelfde. De adrenaline gierde door onze lijven.

Toch was dit netwerkmoment niet echt vruchtbaar. Ik heb ‘m die avond nog even gebeld, maar denk niet dat we contact houden. Recht op je doel afgaan, werkt niet altijd. Zo leerde ik nog voor de cursus begonnen was.

De volgende keer kan ik tijdens het filerijden beter even leuk glimlachen vanuit de auto.

PS het is gelukkig bij flink wat schade aan beide auto’s gebleven 😉

2015-11-17 23.04.09_resized_1

Een nieuwe liefde

Ik val maar meteen met de deur in huis. Ik heb een nieuwe lover. Zeker voor mijn directe omgeving zal dat een verrassing zijn. Ik heb het namelijk slechts met een enkeling gedeeld. Sommigen zullen denken: “Jeetje, wat snel al weer.” Anderen gunnen me wellicht alle geluk.

Het is overigens geen relatie met alles er op er aan. Daar ben ik nog niet aan toe. Om het even plat te zeggen: we zijn bedmaatjes. Diepe gesprekken voeren we niet. Maar we hebben het fijn. Hij doet wat ie moet doen.

Waar ik ‘m ontmoet heb? In de stad.

Hoe ie heet? Kruikje. Dit is ‘m dan.

2015-10-21 20.55.41_resized

Sneu voor een vrouw van 38 die midden in het leven staat? Misschien een beetje. Maar heb geen medelijden hoor. Het is volledig mijn eigen keuze dat er momenteel geen warm lichaam naast me ligt.

Kruikje bevalt me goed. Ik heb het namelijk nogal snel koud. Terwijl ik de laatste naar-bed-gaan-rituelen doe, leg ik ‘m vast aan het voeteneind neer. En als ik dan m’n bed in stap, is dát koude plekje in elk geval voorverwarmd door m’n nieuwe vriend.

Nadat ik helemaal opgewarmd ben, schop ik ‘m naar de andere helft van het bed. Een voordeel ten opzichte van een levende kruik. Want, sommige lichamen geven zoveel warmte af, dat het zweterig wordt. Bovendien neemt Kruikje veel minder ruimte in. En ik slaap gewoon het lekkerst als ik de ruimte heb. Tot slot, ongewenste geuren en geluiden geeft mijn nieuwe liefde ook niet af.

Voordat het echt sneu begint te worden en het lijkt alsof ik de rest van m’n leven met Kruikje wil doorbrengen… Nou nee. De liefde en passie zijn namelijk ver te zoeken. Maar voorlopig hoor je mij niet. Kruikje warmt m’n koude voeten op en zeurt nooit.

Zoals het meestal gaat…

Herfstvakantie! Tijd voor een korte evaluatie. Ik kan maar één conclusie trekken. Het ging zoals het meestal gaat.

De bladeren vielen van de bomen. Het regende veel. De verstofte knop van de thermostaat werd naar rechts gedraaid. De winterkleren die ergens achter in de kast lagen, kwamen weer tevoorschijn. Het vierseizoenendekbed werd van zolder gehaald. En toen werd het ineens weer 17 graden. Het ging zoals het meestal gaat.

Het leven van alledag nam me weer in beslag. Drukte op het werk. Drukte thuis om alles soepel te laten verlopen. Weinig tijd en inspiratie om nog ’s wat gedachten aan het papier toe te vertrouwen. Welgeteld één keer een mindfulnessoefening gedaan sinds de zomervakantie, ondanks andere voornemens. Het ging zoals het meestal gaat.

Mijn zoon, net in de brugklas, deed ook alles volgens het boekje. Hij mopperde over het vele huiswerk. Zwoegde op so’s en repetities. Weigerde steevast een regenpak aan te doen en heeft dat meerdere keren gevoeld. Raakte zijn etui en agenda kwijt op school. Vond die dagen later terug. Raakte zijn fietssleutel, huissleutel en lockersleutel kwijt. Vond die nooit terug. Het ging zoals het meestal gaat.

Dit lijkt een misschien een klaagzang, maar niets is minder waar. Als ik jullie in de kerstvakantie kan melden dat het weer ging zoals het meestal gaat, ben ik dik tevreden.

Dag Zomer

Wat heb ik van je genoten! En wat jammer dat je alweer moet gaan. Jouw bezoekjes duren nooit te lang. Maar ik begrijp dat je verder moet. Aan de andere kant van de wereld wordt reikhalzend naar je uitgekeken. En ik gun ook hen, jouw warmte en liefde.

Je hebt je best gedaan om er een mooie tijd van te maken. Af en toe had je een fikse huilbui. Soms kwam je wat kil uit de hoek. Een enkele keer was je zo boos dat het donderde en bliksemde. Maar ik koester de dagen dat je straalde zoals alleen jij dat kan.

Je vrienden Herfst en Winter staan te popelen om hier naar toe te komen. Ik zal ze welkom heten. In de loop der jaren heb ik hun onstuimige karakter meer weten te waarderen. Maar het blijven goede kennissen. Het zijn geen echte vrienden, zoals jij en Lente dat zijn.

Gelukkig ben je trouw en weet ik dat je elk jaar terug komt. Al duurt het nog lang, ik zal je met open armen ontvangen. Maar beloof me dat je tot die tijd, af en toe een glimp van jezelf laat zien.

Minder mooi dan het leek

Een luchtig stukje over mijn ervaringen als moeder van een kersverse brugpieper. Dat was het idee.

Ik wilde schrijven dat mijn zoon ’s morgens geen hap door zijn keel kreeg van de spanning. Dat ik herinneringen kreeg van 25 jaar geleden, toen ik zelf voor het eerst naar de middelbare school ging. Dat ik dacht dat er veel veranderd en vooral verbeterd was. Maar dat dat tegenviel.

Zo had ik hoge verwachtingen van het rekbare kaftpapier dat we hadden aangeschaft. Even dat textielhoesje over de boeken heen schuiven en klaar! Maar zo mooi als het leek, was het niet. Tien van de zestien boeken hadden een zachte kaft. En zo’n rekbaar hoesje werkt dan niet, kan ik je inmiddels vertellen. Het hele boek trekt krom. Gelukkig was m’n moeder zo lief om alsnog een hele middag ouderwets te gaan kaften met mijn zoon.

Ook het antwoord op de spannende vraag bij wie je allemaal in de klas zit, krijg je tegenwoordig veel eerder. Ik herinner me, hoe ik in de grote aula zat op de eerste schooldag, luisterend naar de namen die per klas werden opgelezen. Dat gaat nu heel anders, mijn zoon had al voor de zomervakantie zijn nieuwe klas ontmoet. Positief, want zo is de eerste schooldag iets minder spannend. Bovendien hadden wat kinderen uit de nieuwe klas meteen maar een groepsapp aangemaakt. ‘Wat leuk!’, dacht ik. Zo leren ze elkaar alvast een beetje kennen. Maar ook dat was minder mooi dan het leek. In de zomervakantie, ver voor de eerste schooldag, was er al een eerste ruzie op de app. De één schold de ander uit. De één gooide de ander uit de groepsapp.

Een luchtig stukje over mijn ervaringen als moeder van een kersverse brugpieper. Dat was het idee.

Maar een ander jongetje gooide roet in het eten. Hij laat de luchtigheid volledig verdwijnen. Hij wil mijn netvlies maar niet verlaten. Hij maakt alles relatief. Hij maakt me zo machteloos.

Dat jongetje is de driejarige Syrische Aylan. Hij spoelde gisteren aan op het strand van Bodrum. Hij zal nooit een brugpieper worden. Zijn toekomst was onuitsprekelijk minder mooi dan het leek.

Weer een jaartje ouder…

Over een paar dagen ben ik jarig. Als kind vond ik het geweldig, tegenwoordig hoeft het niet meer zo. Tot een paar jaar geleden had ik zelfs echt moeite met dat oplopende getal. Maar inmiddels ben ik zo oud en wijs geworden om het leven te vieren. Dat ik er, gelukkig en gezond, weer een jaartje bij op mag tellen.

Dat neemt echter niet weg dat ik me gewoon veel jonger voel dan de 38 jaar die ik bijna word. Een jaartje of 24 ofzo. Ik weet heus wel dat anderen me niet meer zo zien, maar van binnen voelt het zo. Oorzaak? Hier en daar ben ik een beetje blijven hangen in de tijd.

Zo had ik als kind een roze slaapkamer. En eigenlijk is dat nog steeds zo. Roze behangetje, roze nachtlampjes en roze beddengoed. Meisjesachtig misschien, maar het is nog steeds mijn lievelingskleur.

20150827_130738

En als ik het dan toch over lievelingsdingen heb… Vroeger zou ik in een klasgenotenboekje bij lievelingseten hebben ingevuld: snoep. Ook dat is eigenlijk niet veranderd. Het is natuurlijk veel stoerder en volwassener om als bijna 38-jarige ‘sushi’ in te vullen, maar dan lieg ik. Lolly’s, banaantjes, snoepspekjes omhuld met chocolade. Daar kun je me voor wakker maken.

En dan de speeltuin. Natuurlijk zit ik ook aan de koffie op het terras, net als andere ouders. Genietend van ons kroost dat zich vermaakt. Maar de verleiding om zelf te schommelen of trampoline te springen kan ik vaak niet weerstaan. Schommelen is toch ook gewoon heerlijk? In elk geval ben ik één van de weinigen die het ook echt doet. En niet zomaar een beetje wiegen. Nee, zo hoog als ik kan. Totdat er een kind met een pruillipje voor me staat omdat ik de schommel bezet houd. Dan moet ik er wel af.

Een ander dingetje dat beter bij een tienjarige dan bijna 38-jarige past, is de drang om de top 40 te kennen. Vroeger haalde ik ‘m op papier bij de platenzaak. Dat kan niet meer, maar de top 40 is online nog springlevend. En dus kan ik het niet laten om zo nu en dan even op top40.nl te kijken. Je kunt dan een kort geluidsfragmentje aanklikken bij elk nummer. Als ik minstens 38 van de 40 populairste nummers ken, denk ik opgelucht: ‘Zie je wel, zou oud ben ik nog helemaal niet!’

Voordat mensen zich nu zorgen over me gaan maken… Hier en daar ben ik wel meegegroeid met mijn leeftijd hoor!

Zo sta ik niet meer met m’n haarborstel voor de spiegel Madonna na te doen. Ik sta af en toe met een echte microfoon in m’n handen serieuze zaken aan het Zeeuwse publiek te vertellen voor Omroep Zeeland.

Zakgeld krijg ik niet meer. Ik verdien mijn eigen centen en betaal m’n eigen rekeningen.

Ik hoef niet meer aan m’n ouders te vragen hoe laat ik thuis moet zijn. Ik vertel m’n eigen zoon nu hoe laat hij thuis moet zijn.

‘Ronja de roversdochter’ heb ik al een tijdje uit. Romans en zelfcoachingsboeken sieren nu mijn nachtkastje.

Soms ben ik dus ook gewoon bijna 38.

Maar soms een meisje van tien. Gemiddeld 24 dus. Misschien trekt het allemaal nog een beetje bij, maar ergens hoop ik altijd een beetje kind te blijven.

Reken er in elk geval niet op dat je me, over nog eens 38 jaar, rummikuppend tegenkomt met een advocaatje in de hand, in een vormeloze beige jurk, luisterend naar Bach.

Hou er ernstig rekening mee dat je me, als ik 76 ben, schommelend tegenkomt met een lolly in m’n mond, in een knalroze mantelpakje, meeneuriënd met de laatste top 40 hit.

Mevrouw X

“Ik ben de spin in het web wat betreft de aanpak van deze problematiek in Zeeland.” Ze wond er geen doekjes om. Ik kon niet om haar heen voor mijn item voor Omroep Zeeland. Tenminste, dat vond mevrouw X zelf. Maar na uitgebreide research en vele betrokkenen aan de telefoon te hebben gehad, besloot ik twee andere mensen te interviewen. Deze mevrouw had me wel wat informatie kunnen geven, maar ze was nogal van de vage en ambtelijke antwoorden. Ik had liever mensen uit de dagelijkse praktijk voor de microfoon. Ik had haar inmiddels laten weten dat mijn voorkeur voor het interview naar twee anderen uitging. Voor een item van hooguit drie minuten moet je duidelijke keuzes maken. Toch deed ze via haar secretaresse nogmaals een poging via de mail. “Aangezien de agenda van mevrouw X behoorlijk volloopt, geef ik u een aantal data door waarop zij beschikbaar is voor een interview.“ Vriendelijk heb ik nogmaals laten weten dat dit niet nodig was.

In de vijftien jaar dat ik als redacteur en verslaggever werk, heb ik misschien wel duizenden mensen gesproken. Voordat we met een camera voor iemands neus staan, voeren we telefonische voorgesprekken. Om te horen wat iemand kan vertellen en of dat ook een beetje overkomt. Het is ontzettend leuk om zoveel verschillende mensen te spreken. De meesten zijn enthousiast om hun verhaal te doen of vinden het gewoon belangrijk dat hun standpunt gehoord wordt. Maar er zijn ook lastiger categorieën.

 

De IJdelen

Het zal je niet verbazen dat de mevrouw uit bovenstaand voorbeeld hier onder valt. Deze mensen vinden dat zij dé aangewezen persoon zijn om te interviewen. Helaas zijn het juist vaak mannen en vrouwen uit de hogere regionen van een instelling of bedrijf die vooral zichzelf willen profileren. Ze praten weinig concreet omdat ze vooral aan vergadertafels zitten en vrijwel niets van de dagelijkse praktijk meekrijgen.

 

De Zuinige Zeeuwen

Deze mensen zijn het tegenovergestelde van de IJdelen. Ze hebben prachtige verhalen, geven de juiste quotes, maar lijden aan valse bescheidenheid. “Nee joh, je moet mij niet hebben. Piet, van twee straten verderop, die weet er pas veel van!” Het kost vaak wat moeite om deze mensen over te halen toch mee te werken aan een interview. Het zijn bijvoorbeeld mensen die wat bijzonders gepresteerd hebben, maar daar liever niet mee te koop lopen. Wellicht een beetje de Zeeuwse zuinigheid.

 

De Onbereikbaren

Tja, zoals de naam al zegt is dit een lastige categorie voor een journalist. Het gaat hier vooral over ‘het pluche’. Politici, directeuren en andere belangrijke figuren. Zelden krijg je ze direct aan de telefoon. Een hele colonne aan voorlichters, communicatieadviseurs en secretaresses vormen een schild rondom de bewuste man of vrouw die je wilt spreken. Je moet in drievoud de vragen die je wilt stellen indienen en na enkele interne spoedberaden hoor je of er wel of niet ingegaan wordt op het interviewverzoek. Nu begrijp ik best dat een politicus even met een adviseur doorspreekt wat er in een gevoelige kwestie wel of niet gezegd kan worden, maar soms slaan ze volledig door. Overigens weten de communicatiedames en –heren je wel heel goed te vinden als er positief nieuws te melden is. Dan mogen, nee moeten, we langskomen om aan te horen dat de jaarcijfers nog nooit zo goed waren.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Zo liet een Zeeuwse provinciebestuurder onlangs nog weten dat de media ‘m ook ’s avonds op zijn mobiel mogen bellen als daar een goede reden voor is. Hartstikke bereikbaar dus.

 

De Pareltjes

Soms heb je geluk en heb je een pareltje in handen. Vaak gewone burgers die tegen wil en dank ‘nieuws’ zijn. Of paradijsvogels die je zelden tegenkomt en briljante dingen zeggen voor de camera. Maar het kan ook gaan om mensen die iets heftigs hebben meegemaakt. Een slachtoffer die, desnoods anoniem, als ervaringsdeskundige zijn verhaal wil doen, is ook een pareltje.

 

De IJdelen zijn niet mijn meest favoriete categorie. Maar laat ik bescheiden blijven. Op een nieuwsluwe dag waarop niemand thuis geeft, zou ik nog eens dankbaar gebruik maken van mevrouw X die maar al te graag geïnterviewd wil worden.

Hardlopen: ik raak maar niet verslaafd!

Help! Dit is een noodkreet. Ik probeer al jaren hardloopjunk te worden, maar het lukt niet.

Min vijf of plus dertig graden. Twee keer per week trek ik mijn hardloopschoenen aan voor een rondje. Waarom? Omdat ik een beetje in shape wil blijven en vind dat ik anders te weinig beweeg.

Elke keer weer moet ik me er toe zetten. Al drieënhalf jaar lang houd ik het vol, maar wel puur op discipline. En ja, als ik na m’n hardloopronde onder de douche sta, voel ik me goed. Ik heb het toch maar weer gedaan, ook al had ik niet zoveel zin! Maar dat ‘heerlijke-gevoel-stofje’ waar ze het altijd over hebben? Mijn lichaam lijkt het niet aan te maken.

Dat stofje heet endorfine. Ook wel het gelukshormoon genoemd. ‘Het heeft min of meer dezelfde effecten als heroïne en morfine’, las ik in een artikel over hardlopen van de Radboud Universiteit. Er bestaat zelfs een runner’s high, de euforische staat waarin je kunt belanden tijdens het hardlopen.

Nou… ik ken wel lichamelijke inspanningen die je een euforisch gevoel kunnen geven, maar hardlopen zit daar niet bij.

Nu hoor ik de hardloopfanaten al denken…

Ga meer en langere afstanden lopen!

Heb ik in het verleden gedaan. Maar ik vond het saai en dolgelukkig werd ik er niet van.

Sluit je aan bij een loopclub!

Toen ik begon, heb ik een hardloopcursus gedaan en dus met een groep gelopen. De cursus was nuttig, maar samen lopen, bleek niks voor mij. Veel adem over voor een gezellig gesprek had ik niet. Dan toch liever zweten en puffen op m’n favo muziekje.

Loop niet steeds hetzelfde rondje, maar wissel ’s wat af!

Ook gedaan. Andere route. Het vaste rondje achterstevoren… Maar daar ligt het niet aan. Ik heb het geluk dat ik binnen een paar minuten langs de Zeeuwse kust loop. Een mooier rondje bestaat niet!

Nou, ouwe zeurdoos. Als het dan allemaal zo ellendig is, dan stop je er toch lekker mee!

Kan. Maar al raak ik maar niet verslaafd, ik geniet wel van het buiten zijn, het helpt om m’n kop leeg te maken en is goed voor de conditie.

Het punt dat ik wil maken is dat het geluksgevoel dat hardlopen geeft, misschien wat overschat wordt. Al is bewezen dat je door hardlopen endorfine kan aanmaken, hoeveel van de 2,4 miljoen Nederlanders die regelmatig hardlopen, ervaren een euforisch gevoel of zijn daadwerkelijk verslaafd?

Ja, ik ken een enkele hardloopverslaafde. Maar ik ken nog veel meer mensen die ooit enthousiast begonnen, maar al lang weer zijn afgehaakt. En dat heb ik een heroïnejunk, helaas, nog nooit zien doen.

Lieve overbuurvrouw,

Boos.

Nee, dat ben ik niet op jou. Dat lijk jij altijd te zijn.

Nog nooit heb ik je horen lachen. Nooit hoor ik je op een lieve manier iets tegen je kinderen zeggen.

Zelden spreek je op neutrale toon. Negen van de tien keer hoor ik je schreeuwen, krijsen en tieren. Is het niet tegen je koters, dan is het wel tegen je man.

Ik vraag me serieus af, hoe dat zo gekomen is. Schreeuwde jouw moeder ook zo tegen jou? Ben je diep ongelukkig in je huwelijk? Valt het leven met werk en kleine kinderen je zwaar? Wat is er met je aan de hand?

We wonen beiden nu zo’n anderhalf jaar in prachtig gerenoveerde huizen in een gezellig Vlissings buurtje. We hebben grote tuinen die worden gescheiden door een brede brandgang. Ideaal voor kinderen om te spelen. Het is nu hoogzomer en dat betekent dat we allemaal lekker in de tuin zitten en ramen en deuren openstaan. En ja, dan hoor je wel ‘s wat.

Kinderen die gillen van plezier in het zwembadje in hun tuin.

Buren die even de volumeknop van hun audio-installatie opendraaien.

Kinderen die politietje spelen en de hele tijd ‘taatuu taatuu taatuu’ roepen.

Buren die een tuinfeestje geven en luidruchtig praten en lachen.

Kinderen die huilen omdat ze vallen of naar bed moeten terwijl ze dat nog niet willen.

Buren die een zwoele zomeravond afsluiten met een flinke vrijpartij. (Serieus, ook van het gekreun uit een slaapkamer met open ramen heb ik ongewild mogen meegenieten.)

Maar, al die geluiden horen er bij als je vrij dicht op elkaar woont. En eerlijk waar, ik stoor me er zelden aan. Ik heb er de centen niet voor om in een vrijstaande villa met landgoed te wonen, maar al had ik het wel, ik zou het niet willen. Veel te stilletjes.

Maar jouw stem, beste overbuurvrouw, die gaat door merg en been. Schel, hoog maar vooral altijd bozig. Als ik je kinderen wel eens bezig hoor, kan ik me voorstellen dat je af en toe gek van ze wordt. Maar, omdat ik alle conversaties letterlijk kan volgen, weet ik dat zij niet voor niets zo zeuren. Je zegt eerst dat iets niet mag en twee minuten later mogen ze het, na wat gejengel, toch! Ik ben absoluut geen perfecte moeder en maak ook mijn opvoedfouten, maar een beetje consequent zijn is toch wel les één om te voorkomen dat je kleine monstertjes creëert.

De vraag is nu: hoe lossen we dit op?

Het einde van de zomer nadert en het wordt weer herfst en winter. Seizoenen waarin ik je niet hoor omdat onze ramen en deuren potdicht zitten. Nog even en ik heb dus geen last meer van je. Maar dat vind ik te makkelijk. Ik gun het je man, kinderen, jouw stembanden maar ook jou als persoon oprecht, dat je niet meer bozig bent en zo hoeft te schreeuwen!

Dus ik zou je willen vragen om hulp te zoeken. Doe een opvoedcursus, ga in relatietherapie, praat met vrienden, familie of een psycholoog. Daar hoef je je echt niet voor te schamen. Erkennen dat het je even niet alleen lukt, is alleen maar heel krachtig. Ga op zoek naar jezelf, ontdek waar die boosheid vandaan komt en haal de angel er uit!

Als straks de lente weer komt en onze ramen en deuren gaan weer open, hoop ik dat ik je hoor. Lachen. En als er een keer gekreun uit je slaapkamerraam klinkt, ga ik zelfs daarvan genieten.